|
In het gezin van de familie Van Til heeft iedereen zo zijn eigen moeite om de draad weer op te pakken na het overlijden van mevrouw Van Til.
Dokter Van Til staat er nu alleen voor om zijn kinderen op te voeden en ze allemaal de nodige aandacht te geven. Dat valt lang niet altijd mee, maar gelukkig krijgt hij daarbij hulp van tante Bets. In haar eentje moet zij nu het huishouden draaiende houden. Hoe serieus ze deze nieuwe taak opvat, blijkt wel, als ze een rigoureuze beslissing neemt, die in eerste instantie niet meteen door iedereen wordt begrepen.
Famke krijgt een nieuwe baan aangeboden die helemaal bij haar past. Voor het eerst sinds lange tijd merkt ze hierdoor dat er ondanks haar verdriet toch nog dingen de moeite waard zijn. Dat dit baantje niet alleen voor haarzelf belangrijk is, maar ook voor Annemieke, blijkt pas veel later.
Annemieke vraagt zich af hoe het met Ernst Hagevoort gaat, sinds ze weet dat hij een Bijbel heeft gekocht. Ze hoopt en bidt dat hij erdoor zal veranderen. Als ze lange tijd niets meer van hem hoort, vervliegt haar hoop. Dan ontmoet ze hem onverwachts weer. Tot haar grote schrik lijkt hij onbereikbaarder dan ooit!
“Zal ik ondertussen nog een keer koffie inschenken?” biedt Annemieke aan. Als ze even later weer zit, vraagt Monique: “Heb je de laatste tijd nog iets van Ernst gehoord?”
“Nee!”
“Niets…?”
“Nee, helemaal niets! Het laatste e-mailcontact was in december, vlak voor de kerstdagen. Daarna bleef het stil.”
“Wat denk je…?”
“Wat bedoel je?” vraagt Annemieke.
“Nou, zou hij afgehaakt hebben ?”
“Afgehaakt…?” reageert Annemieke. “Dat veronderstelt dat hij ergens bij heeft gehoord. Volgens mij heeft hij alleen een tijd in de Bijbel gelezen, verder niet. Misschien dat hij met kerst naar een of andere dienst is geweest en dat hem dat zo slecht is bevallen dat hij nu geen zin meer heeft! Ik weet het niet…”
“Heb je hem ook niet meer gezien?”
Annemieke schudt haar hoofd. “Nee!”
“Ook niet in de manege?”
“Van de F.P.G. bedoel je…? Nee, ook niet. Bovendien, wat heeft hij daar te zoeken? Hij zal het druk genoeg hebben met zijn werk. Zoals ik je heb verteld, zijn ze begin januari verhuisd naar Muurkerken, een maand later dan gepland, en er zal genoeg te doen zijn in Stal Hagevoort. Bovendien is de bouw van het huis waarin Ernst zelf gaat wonen ook al behoorlijk gevorderd. Er zitten nog geen dakpannen op, maar het dak is dicht, dus… heeft hij te veel om handen om in onze manege rond te hangen.”
Monique hoort de teleurstelling in Annemiekes stem. “Ben je nog steeds verliefd op hem?”
Annemieke slaakt een diepe zucht. “Ik doe vreselijk mijn best om hem te vergeten, maar…” Ze haalt haar schouders op.
“Dan mail je hem toch…?” stelt Monique voor.
“Ik denk er niet aan!” antwoordt Annemieke gedecideerd.
“Wat maakt dat nou uit!” zucht Monique. “Je kunt toch gewoon vragen hoe het met hem gaat, zonder meteen over die andere dingen te beginnen.”
“En hem zo het idee geven dat ik achter hem aan loop! Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt!”
Monique kijkt met een andere blik naar haar vriendin, als Annemieke deze dingen zegt. De rode krulletjes springen heen en weer, als Annemieke haar hoofd beweegt. Ze beweren dat roodharigen temperamentvol zijn. Zo’n algemene uitspraak is natuurlijk niet altijd waar, maar bij Annemieke gaat het wel degelijk op! Zie eens hoe fel die blauwe ogen haar aankijken.
“Wat kijk je…?” vraagt Annemieke.
“Ik bedenk net dat je weer eens lekker koppig bezig bent!”
Annemieke zegt niets, maar haar blik daagt Monique uit om nader uitleg te geven.
“Als je hem werkelijk wilt hebben, moet je iets ondernemen, suffie! Doe je niets, dan kun je er zeker van zijn dat iemand anders hem inpikt!”
Annemieke reageert niet.
“Ernst is een aantrekkelijke vent, Annemieke, in meer dan één opzicht. Dat weet jij net zo goed als ik! Als je van hem houdt, moet je voor hem vechten! Wat stelt een mailtje nou voor? Dat is wel het simpelste wat je kunt doen. Dan schrijf je: Hé, hoe is het? Ik heb lang niets meer van je gehoord! Leef je nog? Groetjes, Annemieke! Dan weet hij in ieder geval dat je nog aan hem denkt.”
“Wat schiet ik daarmee op?” vraagt Annemieke somber. “Als hij niet gelooft, dan… eh… houdt alles op voor mij.”
Monique is lange tijd stil. Uiteindelijk zegt ze: “Als je inderdaad zo denkt, kun je hem beter meteen radicaal uit je hoofd zetten!”
“Kon ik dat maar…!” antwoordt Annemieke wanhopig. “Dat lukt dus niet!”
Terug...
Als ze hebben ontbeten en iedereen zich langzamerhand klaarmaakt om naar het sportterrein te gaan, waar het feest van Koninginnedag wordt gevierd, gaat de bel. Het duurt maar even of tante Bets komt de kamer binnen; een lange jongeman komt achter haar aan.
“Goedemorgen allemaal!” klinkt zijn zware stem.
Ze kijken verbaasd op. “Hé, Mark!” reageert Daan, als eerste, verbaasd. “Wat doe jíj hier…?”
Annemieke kijkt verbaasd naar Mark Tjalling, een collega van Daan.. Ze heeft jaren geleden voor het eerst kennis met hem gemaakt, toen ze samen met Monique bij Daan en Sandra logeerde. Ze had een keer opgemerkt dat ze die pilotenpakjes maar wat stoer vond en ze had gevraagd of er nog meer van die bikkels bij Daan op de kazerne waren. Toen ze op een avond uit eten gingen, had Daan stiekem twee collega’s gevraagd om de meisjes die avond te ‘escorteren’.
Monique had toen Michel leren kennen, met wie ze later is getrouwd, en zij was op stap gegaan met Mark. Ze had hem eng gevonden, want Daan had Mark opgedragen dat hij zijn zusje maar eens flink bang moest maken. Mark had zijn rol goed gespeeld en allerlei dubbelzinnige opmerkingen gemaakt, die zij helemaal niet kon waarderen. Ook had hij haar zomaar gekust, om daarvoor, als beloning, van Daan een flesje wijn te ontvangen.
Ze heeft Mark daarna vaker ontmoet: op Daans verjaardag en bij allerlei gelegenheden op de luchtmachtbasis, waarbij de familie van de piloten ook welkom was, zoals diploma-uitreikingen en uitzendingen. Nu hij opeens bij hen thuis verschijnt, kijkt ze daar toch wel van op.
“Dat is niet zo moeilijk!” antwoordt Mark. “Jij schept zo op over dat ‘gezellige’, dorpse Koninginnefeest van jullie, hier in Muurkerken, dat ik gisteravond opeens bedacht dat ik vandaag dan maar naar Muurkerken moest afreizen, om dat eens mee te maken! Dus heb ik mezelf hier uitgenodigd. Jij roept altijd dat in een groot gezin één persoon meer of minder niet uitmaakt en daar vertrouwde ik op.”
“Ik heb hem al verteld dat Daan gelijk heeft en dat hij welkom is!” zegt tante Bets.
“Je durft wel!” zegt Annemieke.
Mark draait zich naar haar om. “Ha, die Annemieke! Hoe is het met jou?”
Annemieke ziet dat hij schrikt. “Ik ben ziek geweest en moet nog wat aansterken, maar… verder gaat het goed. Dus je wilt graag een rondje maken in onze opwindende draaimolen?”
Mark grijnst. “Als dat het feestgevoel verhoogt, doen we dat…! We kiezen samen een paardje uit en dan mag jij achterop bij mij. Oké…?” Zijn grijsgroene ogen schitteren ondeugend.
Annemieke schiet in de lach. “Leuk…!”
Mark grinnikt: “Daar houd ik je aan!”
Terug...
Famke loopt over het gangpad terug. Ze merkt dat de dieren onrustiger zijn dan anders en ze weet dat paarden het onweer in de lucht aanvoelen. Volgens haar staan de dieren daarom liever op stal, hoe warm en broeierig het binnen ook mag zijn.
Harry en Mark zijn een halfuur geleden kort na elkaar naar huis gegaan, om thuis bij vrouw en kinderen te kunnen zijn, als het noodweer losbarst. Mevrouw Hagevoort is ook naar huis gegaan.
Hagevoort loopt druk heen en weer, met Ernst en Johannes, één van de oudere werknemers, om alles nog eens te inspecteren.
Opeens ziet Hagevoort Famke staan. “Wat doe jíj hier nog?” vraagt hij geschrokken. “Je had allang thuis moeten zijn! Tja…,” hij wrijft vermoeid over zijn ogen, “nu is het volgens mij te laat om te gaan. Ik kan je wel met de auto brengen, maar…!”
“Ze heeft aan mij gevraagd of ze mocht blijven,” onderbreekt Ernst zijn vader. “Ze wil graag meemaken hoe paarden zich gedragen tijdens noodweer.”
Hagevoort staart haar verbaasd aan en schudt zijn hoofd. “Jij slaat werkelijk alles, Famke! Alle meisjes die ik ken rennen naar huis bij onweer en jij kiest ervoor om hier te blijven…? Nou ja, als je dat zo graag wilt…! Maken je ouders zich niet ongerust?”
Famke schudt haar hoofd.
“Sorry, ik dacht even niet goed na,” verbetert Hagevoort zichzelf snel. “Ik zei ‘ouders’, maar ik bedoelde natuurlijk je vader en die tante… Bea, geloof ik?”
“Tante Bets,” antwoordt Famke. “Ik heb gebeld dat ik hier blijf en dat ik pas na het onweer naar huis kom.”
“Vonden ze het goed…?” wil Hagevoort weten.
Famke grijnst. “Tante Bets vond het natuurlijk maar niets. De hele boel kan wel de lucht in vliegen… de aannemers van tegenwoordig en zo, mopperde ze. Dit is de eerste erge storm die dit gebouw meemaakt, een test…! U snapt het wel. Een onhandige poging van haar om mij veilig thuis te krijgen, maar… af en toe ben ik eigenwijs. Thuiszitten is niets voor mij, ik ben liever hier!”
Een windvlaag maakt een eind aan hun gesprek. “Het wordt tijd om alle deuren dicht te doen, het gaat beginnen,” zegt Hagevoort. Hij kijkt Ernst aan. “Loop even naar de andere stal en controleer voor de laatste keer of alles goed vastzit. Blijf jij daar, om een oogje in het zeil te houden…? Ik blijf in deze stal en Johannes gaat naar het kantoor, dan kan hij daarvandaan alle gebouwen aan de buitenkant in de gaten houden. Heb jij je mobiel bij je…?”
Ernst knikt en zegt: “Kom op, Famke. Ga maar met mij mee.”
Als ze buitenkomen merken ze meteen dat de wind flink is aangewakkerd.
Famke kijkt bezorgd om zich heen. Alles ziet er zo onheilspellend uit…
Terug...
|