|
Als Annemieke haar zusje helpt bij het in veiligheid brengen van jonge dieren begeeft ze zich op verboden terrein.
Ze beleeft benauwde ogenblikken. De eigenaar van het terrein treft hen daar aan en dan krijgt Annemieke het nog
benauwder...
Annemieke helpt als vrijwilligster mee in de manege in Muurkerken en ze merkt meteen dat ze zich bijzonder
aangetrokken voelt tot de stoere en onverzettelijke invaller die komt lesgeven tot de zomer.
Annemieke ontdekt al snel dat hij ook meer dan gewone belangstelling heeft voor haar. Ze zou o zo graag de stem
van haar hart willen volgen, maar er is nog een stem, vanbinnen, die haar zegt dat ze haar gevoelens voor hem
niet moet blijven koesteren. Dat zorgt voor veel strijd.
Als mevrouw Van Til en tante Bets een dagje bij oom Gerrit en tante Dora in Friesland zijn geweest, gebeurt er
iets ernstigs wat als een storm over de Duiventil gaat...
Zou deze gebeurtenis ook van invloed zijn op de situatie waarin Annemieke zich bevindt...?
“Ik kán niet meer!” protesteert Annemieke wanhopig, terwijl ze begint te huilen. “Mijn armspieren zijn helemaal
verzuurd; dat wordt niks. Je móet hulp gaan halen.
Straks heb ik helemaal geen kracht meer over en dan kan ik me niet eens meer vasthouden!”
“Stel je niet aan!” antwoordt Famke boos. “Of wil je hier in de blubber verdrinken? Het is gewoon een kwestie van
eruit wíllen!”
Annemieke wordt zó boos, dat het even zwart voor haar ogen wordt. “Jíj ook altijd met je stomme dieren! Eenden,
nota bene...! Ik waag mijn leven voor een stelletje onnozele eenden! Als ik hier niet uitkom, mag jij je voor
altijd schuldig voelen!”
Famke gaat er niet op in. “Ik hoop dat er iemand langskomt...”
“Wie zou hier voorbij moeten komen? De meeste mensen hebben geen interesse voor kikkers, libellen, of moederloze
eenden!”
“Zo af en toe komen hier toch mensen langs,” antwoordt Famke bedaard.
“Het eerste wat ze tegen mij zullen zeggen is: Kun je niet lezen? Zie je niet dat er ‘drijfzand’ op dat bord
staat? Wat doe je hier dan? Dan moet ik zeker antwoorden dat ik moederloze eendjes aan het redden ben, die
mogelijk gevaar lopen...!”
Pagina 26
Terug...
Annemieke komt bij moeder staan. “Ik ben net op tijd om jullie uit te zwaaien! Hé, Jochem en Betsie, doe de
groetjes aan tante Dora en oom Gerrit; zeg maar dat ik ook wel eens wil komen logeren. Die pannenkoeken met spek
lijken me heerlijk!”
“Dan kom je ons toch ophalen?” bedenkt Betsie slim. “Tante Dora wil best een paar pannenkoeken voor je bewaren!”
“Goed idee, ik zal erover nadenken.”
“Dan ga ik met je mee,” zegt Famke prompt.
“Heb je het leuk gehad?” vraagt moeder ernstig aan Annemieke.
Die ziet de vragende blik in de ogen van haar moeder. Ze weet wat ze bedoelt. “Heel leuk!” Zacht voegt ze eraan
toe: “Ik heb een goed gesprek gehad met Carla, en later ook nog met Max en Carla samen.”
Annemieke ziet de bezorgde blik in de ogen van haar moeder. “Hé, maak u om mij nou maar geen zorgen! Het komt wel
goed! Echt...! Vandaag bent u een dagje uit, dus geniet ervan en níet gaan zitten piekeren! Tante Bets... ik zei
‘niet piekeren’ tegen haar.”
“Laat dat maar aan mij over, ik houd haar wel aangenaam bezig, en anders Dora en Gerrit wel!”
Mevrouw Van Til start de auto. Nagezwaaid door bijna de hele familie rijden ze de oprit af.
Pagina 27
Terug...
|