Loes is jarig vandaag. Ze wordt zeven jaar. Maar Loes wil géén feestvieren. Ze is boos. Heel boos! Daarom gaat
ze zich verstoppen. In haar geheime huisje. Al heel vroeg.
Dan worden papa, mama en haar broer Peter wakker. Loes is er niet! Waar is Loes? Ze zoeken haar, maar ze kunnen
Loes niet vinden. Ze zijn erg verdrietig.
Papa belt ook met de politie. Hij zegt: "Loes is weg!" Toch wordt het nog een fijne verjaardag. Want... Loes
komt terug. Ze krijgt mooie cadeaus. En dan weet ze dat ze héél erg dom was.
Lees hier een stukje van Gerda over dit boek...
Toen ik zelf klein was, wilde ik graag een huisdier. Een poes of een hond, dat leek me fijn. Maar mijn vader
en moeder vonden dat niets. Mijn vader is dokter. Hij is huisarts op het platteland. Bijna elke dag bezocht
hij zieke mensen in de wijde omgeving. Toen ik klein was mocht ik met hem mee. Ik ging natuurlijk niet mee
naar binnen bij de patiënten. Ik bleef in de auto wachten. Bij een boerderij stapte ik wel eens uit. Dan ging
ik bij de dieren kijken. Paarden, koeien, kalfjes. Dat was altijd leuk.
Op een dag zei een vrouw tegen mij. "Kom maar mee. In de schuur zijn vier kleine poesjes!" Ik ging kijken. Ze
zagen er lief uit! En zo schattig! "Zoek er maar eentje uit," zei de vrouw. "Dan mag je die wel mee naar huis
nemen." Dat deed ik. Ik koos het allerliefste poesje uit. Dolblij was ik. Toen was mijn vader klaar bij de
patiënt. Hij kwam naar buiten en zag mij met het poesje. "Nee meisje, daar begin ik niet aan." Ik moest het
poesje weer terugzetten bij zijn broertjes en zusjes. Dat vond ik heel erg!
Veel kinderen houden van dieren. Ze willen, net als ik, graag een hamster, cavia, poes of een hond. Toch
krijgen ze die niet altijd van hun vader en moeder. Daarom heb ik dit boekje geschreven. Want soms gebeurt
het toch...!
Terug naar de beschrijving...
Loes schrikt heel erg.
Ze laat het pakje sap bijna vallen.
Het is een auto van de politie!
De mond van Loes gaat open. Zo verbaasd is ze.
Ze denkt lang na.
Papa en mama zijn dus wel héél erg bang.
Ze denken natuurlijk dat ze echt weg is!
Daarom hebben ze de politie gebeld.
Ja, zie je wel. Een agent stapt uit.
Hij loopt naar de voordeur.
Papa doet open. Loes hoort zijn stem.
Even later gaat de deur dicht.
De agent is naar binnen gegaan.
Loes denkt na wat ze moet doen.
Moet ze hier gewoon blijven zitten?
Straks gaan ze overal zoeken.
Soms is dat echt nodig, als iemand verdwenen is.
Maar zij is immers niet écht weg?
Ze heeft zich gewoon verstopt, omdat ze boos is.
Natuurlijk weet niemand dat.
Terug...
Peter zegt: "Papa plaagt jou maar wat!
Jij krijgt echt wel een cadeau. Ik weet al wat jij krijgt."
Dan begint Loes weer te lachen. Gelukkig maar!
Stel je voor dat ze vandaag niets kreeg.
"Dan zal ik de autosleutels maar eens pakken."
Papa doet nog steeds geheimzinnig. Hij kan het niet laten. "Ga je mee?" vraagt hij aan Loes.
"Waarheen?"
"Dat zul je wel zien."
"Ik snap er niets van!" zegt Loes.
Peter lacht. Hij weet het wel.
Maar hij mag niets zeggen.
Het is best spannend voor Loes.
Papa staat bij de voordeur en roept:
"Komen jullie nog?"
Terug...
|