Wieseloes is een meisje dat net een beetje anders is dan haar broertjes en zusjes, want… zij is het enige
kind dat alleen is. Het gezin Deuzeman bestaat behalve uit Wieseloes, vader Jan en moeder Annie, namelijk uit
twee tweelingen en een drieling.
Bovendien hebben al haar broertjes en zusjes blond haar en blauwe ogen, maar Wieseloes heeft bruin kroeshaar en
bruine ogen! Ze is dus echt wel een buitenbeentje en dat blijkt ook telkens, want Wieseloes beleeft altijd
'aparte' dingen. Zo gaan ze in de zomer samen op vakantie naar het eiland Terschelling. Wieseloes heeft een boek
gelezen over een jongen die 200 jaar geleden ook op dat eiland woonde. Elke keer als het had gestormd, ging hij
naar het strand om spullen te zoeken die waren aangespoeld.
Na een zware storm hoopt Wieseloes stilletjes dat ze ook een schat zal vinden. Gouden of zilveren munten zal ze
echt niet vinden op het strand, dat snapt ze zelf ook wel, maar er zijn natuurlijk wel mooie schelpen.
Als ze terug naar huis gaat, ziet ze in de duinen toch iets vreemds, iets groens, liggen. Het blijkt helaas om
een gewone fles te gaan. Wieseloes trekt hem uit het zand en merkt dan tot haar verrassing dat er tóch iets in
zit. Het lijkt wel een opgerolde brief...!
Is dit een flauw grapje van iemand of is het een echte brief?
Lees hier een stukje van Gerda over dit boek...
De mensen zullen wel denken dat zoiets in het echt niet voorkomt, maar ik ken écht een familie die hoofdzakelijk
uit tweelingen en drielingen bestaat. Dat was dus ook meteen een groot gezin.
Ik heb al eerder een boekje geschreven voor deze leeftijd, 'een huis voor Tessa', en ik vind het erg leuk om te
doen. Hoe Wieseloes 'ontstaan' is weet ik niet precies meer, maar opeens was ze er gewoon. Ze zat in mijn hoofd
en fluisterde zachtjes: "Ik wil een schat vinden, Gerda, net zoals dat vroeger gebeurde. Ik heb een boek gelezen
over een jongen die ook altijd van alles vond op het strand en dat wil ik ook zo graag. Kun jij me niet iets
laten vinden? Alsjeblieft, daar droom ik van!
Ik kon haar zo goed begrijpen... Als mijn meester op school over vroeger vertelde, dan leek het net, alsof het
toen veel leuker en spannender was om te leven. Piraten op zee, koetsen die overvallen werden als je op reis
ging, grote kastelen, deftige dames met lange hoepelrokken, boeren die met de hand moesten zaaien en maaien... Ik
begreep het. Wieseloes wilde iets spannends, iets vreemds. En zo liet ik haar naar Terschelling vertrekken.
Wieseloes is na haar eerste avontuur weer thuisgekomen. Ze zit weer in de oude eikenboom, op haar uitkijkplekje,
dat ze het Arendsnest noemt. Weet je wat ze daar doet? Broeden op een volgend avontuur, want ze heeft me al
laten weten dat ik nog niet van haar af ben! Ze heeft in de gaten gekregen dat ze mij aan haar kant heeft en
dat ik haar graag haar zin geef. Eigenlijk is dat niet verstandig, maar aan de andere kant... Ik vind het zelf
ook wel spannend... want samen kunnen we nog zóveel leuke dingen beleven...!
Terug naar de beschrijving...
Opeens zegt Karin: "Zeg pap, volgens mij zijn we Wieseloes vergeten."
"Wat zeg je?" vraagt vader Jan geschrokken.
"Wieseloes is er niet!" zegt Karlijn.
Vader Deuzeman kijkt in zijn achteruitkijkspiegel. Hij ziet zeven blonde hoofden en veertien blauwe ogen, maar
niet de donkere krullenbos met de bruine ogen van Wieseloes.
"Wat zullen we nou krijgen!" Hij vergeet van schrik gas te geven.
De automobilist die achter hun bus rijdt, toetert boos.
Vader Jan schrikt ervan; hij geeft gas en rijdt gauw verder.
"Is dat echt geen grapje?" vraagt moeder hardop, want met Wieseloes weet je het nooit, ze laat hen geregeld
schrikken. Daarom zegt ze: "Oké Wieseloes, je hebt ons mooi laten schrikken, kom nu maar weer te voorschijn."
Ze kijkt achterom.
"Het is geen grapje!" zegt Lottie.
"Ze is er echt niet, mam!" zegt Linda
"Ze moet nog thuis zijn!" denkt Laura hardop.
Vader Deuzeman zucht. "Die dekselse meid! Altijd moet je achter haar aan. Eigenlijk zouden we gewoon zonder
haar op vakantie moeten gaan. Dan zou ze eindelijk haar lesje leren."
Terug...
Wieseloes draait zich om en loopt terug naar het schelpenpad, maar dan ziet ze verderop een fles uit de grond
steken, tussen prikstruiken. Had ze dát soms gezien? De fles heeft ook een lichtgroene kleur.
Wieseloes blijft er even naar staan kijken, maar loopt dan toch terug naar het fietspad. Wat moet zij met een
fles?
Ze heeft al een eindje gelopen als ze opeens stil blijft staan. Wat is er toch met die fles? Ze moet er telkens
maar aan denken...
Ze holt terug. Was het hier?
Ze wringt zich tussen de prikstruiken door. Ja! Daar is de fles, hij ligt half ingegraven. Het lijkt alsof hij
er al heel lang ligt. Hij is zeker niet gisteren met de storm hierheen gewaaid. Daarvoor ligt hij te ver in het
zand. Wieseloes trekt aan de hals van de fles en ze duwt hem heen en weer, net zolang tot er wat beweging in
komt en ze hem uit de grond kan trekken. Ze houdt de fles omhoog. Het is een wijnfles, met een draaidop erop.
Hé, er zit iets in!
Terug...
|