In het leven van de familie Van Til komt een grote verandering als dokter Van Til besluit een praktijk
op het platteland over te nemen, waardoor het hele gezin, bestaande uit tien personen, moet verhuizen.
Dat brengt de nodige drukte en spanningen met zich mee. Tot grote opluchting van de vijftienjarige
Jojanneke van Til komen ze naast de familie Bruggen te wonen. Jojanneke sluit vriendschap met Sandra,
die overigens ook erg in de smaak valt bij haar oudere broer. Als ze een middagje doorbrengen in het
plaatselijke zwembad is Sandra niet de enige die verliefd wordt.
Enkele weken na de verhuizing krijgt Jojanneke een ernstig ongeluk. Haar leven hangt aan een zijden
draadje. Er breken spannende dagen aan voor de familie Van Til. Jojanneke brengt een bewogen tijd in het
ziekenhuis door, waar ze de achttienjarige Carla ontmoet. Haar been is geamputeerd en ze heeft het erg
moeilijk. Jojanneke praat veel met haar over het geloof en dat mist zijn uitwerking niet...
Lees hier een stukje van Gerda over dit boek...
De Duiventil is het eerste boek dat ik geschreven heb. Ik begon op een dag gewoon te schrijven, over een
doktersgezin dat gaat verhuizen. Het moest een groot gezin zijn, dat wilde ik per se. In grote gezinnen
gebeurt altijd wel wat en dan valt er ook lekker veel te schrijven!
Toen ik het verhaal af had, stuurde ik het op. We woonden destijds in Kampen en op het industrieterrein
zat een christelijke uitgeverij, Kok/Voorhoeve. Dat was mooi dichtbij en daar ging ik het gewoon maar
eens proberen. Ik weet nog dat ik er helemaal niets van verwachtte. Ik had net in een of ander
radioprogramma gehoord, dat er bij een willekeurige uitgever, per week wel een stapel manuscripten van
een meter hoog wordt bezorgd. Allemaal probeersels van mensen die denken dat ze kunnen schrijven! Dus,
het zou wel niets worden, dacht ik, want waarom zou ik van al die mensen wél kunnen schrijven...?
Na enige tijd kreeg ik een telefoontje van de redacteur. Ik werd uitgenodigd voor een gesprek. De redacteur
zei dat hij het manuscript aan iemand had laten lezen die er kijk op had en die vond dat er iets vreemds
aan de hand was met het verhaal. Ik begon het boek voor lezers in de leeftijd van ongeveer tien jaar,
maar halverwege schreef ik voor tienerleeftijd! Dat kon natuurlijk niet, je had één doelgroep, maar verder
schreef ik 'wel aardig'. Er waren vást nog wel wat aanmerkingen, maar die herinner ik me niet meer.
Ik vond die ene opmerking heel grappig, want ik wist meteen dat het inderdaad waar was. Ik had een boek als
de Kameleon in mijn hoofd gehad, toen ik begon met schrijven, maar was halverwege het verhaal gaan schrijven
zoals ik het zélf fijn vond, voor een oudere groep lezers. Dat klopte dus precies! Daarom moest ik het
eerste gedeelte opnieuw schrijven. Dat deed ik.
Het duurde allemaal erg lang vóór het boek daadwerkelijk in de winkel lag, vond ik, maar toen het eenmaal
zover was... Apetrots was ik! En zo is het allemaal begonnen...
Terug naar de beschrijving...
"Hallo Sandra," zegt Pim Bleeker, "stel me eens voor aan deze starende schoonheid. Een nichtje van je?"
Sandra lacht: "Nee hoor, ze is mijn buurmeisje. Ze heet Jojanneke van Til."
Pim Bleeker laat zijn blik goedkeurend over Jojanneke gaan. "Nooit geweten dat je zo'n leuk buurmeisje had,"
zegt hij tegen Sandra, terwijl hij Jojanneke blijft aankijken.
"Nee, dat kon je ook niet weten, want ze woont nog maar net naast mij. Haar vader is de nieuwe dokter," legt
Sandra uit.
"Je bedoelt die dokter met acht kinderen?" vraagt hij aan Sandra, maar hij blijft Jojanneke strak aankijken,
terwijl hij zich langzaam laat zakken en op het gras gaat zitten. "Jullie hebben er vast geen bezwaar tegen
dat ik jullie gezelschap kom houden," zegt hij.
"Nee hoor," zegt Sandra spottend. "Het is een hele eer dat je zoveel belangstelling voor ons hebt en dat we
zelfs náást je mogen zitten, of niet soms? Kijk eens naar al die jaloerse blikken van de meisjes om ons
heen." Ze lacht naar Jojanneke. "Dát vind ik nou nog eens leuk, die meisjes de ogen uitsteken."
Pim lacht vermaakt. Sandra is geen klit en ook nooit geweest. Jojanneke kijkt stuurs voor zich uit. Pim ziet
het en buigt zich naar haar toe. "Toch geen bezwaren, hoop ik?"
Even blijft ze nors kijken, dan zegt Jojanneke: "Volgens mij kun je beter aan de overkant gaan zitten, bij
die meisjes, daar ben je tenminste welkom."
Hij kijkt haar verbaasd aan en vraagt: "Mankeert er wat aan mij?"
"Ja," zegt Jojanneke kattig, "een heleboel. Ik heb liever dat je ophoepelt."
"Zo?" Sinds wanneer kennen wij elkaar?" vraagt Pim verbaasd.
Jojanneke bloost. Ze kan moeilijk zeggen dat ze gisteren naar hem heeft zitten kijken en zich geërgerd
heeft aan die giechelende meisjes. Hè, waarom houdt Sandra haar mond niet! "Iedereen kan toch zien dat je
jezelf onweerstaanbaar vindt," zegt Jojanneke kattig. "Zoals je daar aan kwam lopen!"
Sandra grinnikt en zegt tegen de verblufte Pim: "Zo Pim, weer eens wat anders dan al die zwijmelende meisjes,
vind je niet? Een meisje dat jou ongezouten de waarheid zegt, ben je vast nog niet vaak tegengekomen, wel?"
Pim kijkt verbaasd naar Jojanneke. Hij heeft gisteren gezien dat ze heel aardig kan zijn, waarom doet ze nu
zo kattig? Hij heeft nog geen woord met haar gewisseld. Het is een raadsel voor hem.
Terug...
Op een nacht wordt Jojanneke opeens wakker. Ze heeft iets gehoord, maar ze weet niet wat. Ja, daar is dat
geluid weer. Ze luistert aandachtig en plotseling beseft ze dat een van de meisjes ligt te huilen. Ze
probeert na te gaan uit welk bed het geluid komt. Het moet Carla zijn, denkt ze.
Gisteren, tijdens het bezoekuur, toen Carla's moeder op bezoek was, heeft Jojanneke al gezien dat ze huilde.
Vandaag was ze erg stil geweest en wilde ze niet praten. Ze had bijna de hele dag de koptelefoon van haar
walkman op. Daarom hadden ze haar maar met rust gelaten.
"Carla..." fluistert ze. "Carla, huil je?"
Het blijft muisstil.
"Carla, ik ben het, Jojanneke. Wat is er aan de hand? Heb je heimwee?"
Het blijft stil. Ze wil zeker nog steeds niet praten, denkt Jojanneke. Ze trekt haar deken wat verder over
zich heen en probeert weer in slaap te komen. Na een poosje hoort ze: "Ben je nog wakker, Jojanneke?"
"Ja..."
"Het spijt me dat ik je wakker heb gemaakt."
"Geeft niet, joh, we hebben het allemaal wel eens moeilijk. Dan moet je toch kunnen huilen, of niet?"
Jojanneke hoort krampachtige snikken uit het andere bed komen. "Mijn ene been wordt morgen geamputeerd!"
"Wat?" schrikt Jojanneke. "Echt waar?"
"Ja, ze hebben het mij gisteren verteld."
Jojanneke is verbijsterd. Ze krijgt overal kippenvel.
Terug...
|