In het grote gezin van familie Van Til wordt uitgezien naar de naderende zomervakantie. Jojanneke doet
haar werk als kraamverzorgster met veel plezier, maar verheugt zich erop dat haar vriendin Carla in de
vakantie een paar weken bij haar komt. Jojannekes leven verandert echter heel ingrijpend als ze Pim
Bleeker weer ontmoet en moet toegeven dat hij nog steeds haar grote liefde is.
Als Carla in "de Duiventil" arriveert, zijn alle kinderen en hun aanhang thuis, en heerst er als
vanouds een gezellige, ontspannen sfeer. Toch komt Carla in een groot spanningsveld terecht, want Max
van Til besteedt veel aandacht aan haar en ze kan zich niet voorstellen dat het meer kan zijn dan gewone
belangstelling, want zij heeft immers een geamputeerd been...!
En dan zijn er de andere kinderen. Met hun levenslust en streken zorgen ze voor tal van humoristische
verwikkelingen, terwijl ze niet vergeten hun verliefde broer en zus op de voet te volgen.
Lees hier een stukje van Gerda over dit boek...
Dit is het derde deel van de Duiventilserie. Het speelt zich af in de zomer. Voor Jojanneke en Max wordt
het een héél belangrijke zomer want ze raken allebei tot over hun oren verliefd. En wat is er nu leuker
dan te beschrijven hoe dat afloopt, onder het toeziend oog van alle jongere broertjes en zusjes!
Dat zag ik bij mij thuis vroeger ook gebeuren en ik vond het héél spannend. Er fietsten op zaterdagavond
altijd jongens, opvallend langzaam, langs ons huis. En als jonger zusje bekeek ik ze en vroeg me
nieuwsgierig af, wie van hen nou voor welke zus belangstelling had.
Zo kan ik me ook nog herinneren dat we op vakantie in Italië waren. We zaten altijd buiten te eten met
ons grote gezin. Mijn oudste zus had ook nog een vriendin mee en er zaten dus heel wat vrouwelijke
tieners om de tafel iedere avond. Op een keer kwam er weer een stel Italiaanse jongens langs paraderen.
Ze waren al vaker tijdens het eten voorbijgekomen en hadden al vaker in onze richting gekeken en nu
dus weer. Een van hen had zijn hoofd helemaal opzij gedraaid en hij bleef maar kijken. Daardoor zag hij
niet, dat hij precies in de richting van een jong boompje liep. Hij liep er pal tegenop! Omdat het
boompje nog jong was, boog het helemaal door, mét de jongen, en veerde ook weer terug, mét de jongen.
Wij kregen natuurlijk meteen allemaal de slappe lach, zelfs mijn vader en moeder. De jongeman liep met
een rood hoofd en gekwetste trots verder!
Zulke dingen gebeuren, ook bij de familie Van Til. Dat hoort gewoon zo. En de jongere broertjes en zusjes
duiken op de meest ongelegen momenten op en flappen er dingen uit waardoor hun oudere broers of zussen,
het liefst ter plekke door de grond zouden willen zakken. Vraag maar aan Jojanneke!
Mijn eigen herinneringen inspireren me dus duidelijk. Ik werd vroeger eens door een jongen geroepen. Ik
denk dat ik een jaar of tien was. Het was zomer en hij zat op de middelste traptrede van de kerk op een
doordeweekse dag. Dat was vlak bij ons huis. Ik wist dat hij buiten het dorp woonde en vroeg me af wat
hij daar deed. Ik liep naar hem toe en ik kreeg van hem de opdracht om aan een van mijn zussen, die toen
rond de veertien was, te gaan vragen of ze met hem verkering wilde hebben! Ik zie me nog bij mijn zus
aankomen met die mededeling! Ik werd weer teruggestuurd, waarschijnlijk met een 'nee' want er is nooit
iets ontstaan tussen die twee. Ik bracht de boodschap over; ik vond het best zielig want hij leek mij wel
een geschikte jongen! Daarna moest ik van hem weer terug naar mijn zus, om haar te gaan vragen of ze zelf
niet even kon komen. En zo pendelde ik heen en weer tussen de jongelui…!
En ik kan mij ook nog herinneren dat ik op een zaterdagavond bij mijn vriendin was. Ik keek uit het raam
en zag aan de overkant van het kanaal mijn zus met haar vriend voorbijfietsen. Ik wist dat ze die avond
uit zouden gaan. Maar ik zag nog meer: mijn oudste broer fietste daar vlak achteraan, ook met een meisje!
En zo ontdekte ik iets wat ik eigenlijk nog niet mocht weten. Ik heb hem de volgende dag natuurlijk wel
even ondervraagd!!!!!
Zo ging het vroeger en zo gaat het nu nog steeds.
Terug naar de beschrijving...
Als ze bijna klaar is met strijken gaat de bel. Ze loopt naar de voordeur en doet hem nietsvermoedend open.
Verbaasd kijkt ze recht in het gezicht van Pim Bleeker! Jojanneke hapt naar adem! Hij zou toch pas vanavond
komen?
"Dag zuster, ik..." begint Pim. "Hé Jojanneke!"
Jojanneke haalt diep adem, dwingt zichzelf tot kalmte en zegt zo gewoon mogelijk: "Hallo Pim."
"Werk jíj hier als kraamverzorgster?" informeert hij ongelovig.
"Ja inderdaad."
In de stilte die volgt nemen ze elkaar vlug op. Pim kijkt naar het plotseling blozende gezicht van
Jojanneke en laat zijn ogen even over haar slanke figuurtje gaan. "Dat kostuum staat je niet gek."
Jojanneke kleurt nog dieper. Op haar beurt heeft zij hem ook bekeken en ze vindt dat hij is veranderd sinds
ze hem het laatst van dichtbij heeft gezien. Had hij toen nog iets jongensachtigs over zich, nu is dat
helemaal verdwenen. Hij is op en top een man. Groot, sterk en nog gespierder dan ze zich kan herinneren.
Eén en al kracht straalt hij uit. Hij draagt zijn donkere, krullende haar nog net als vroeger: kortgeknipt,
en als ze in zijn bruine ogen kijkt, ziet ze weer die speciale blik erin, waar ze absoluut niet tegen kan!
Net als altijd krijgt ze weer dat merkwaardig slappe gevoel in haar benen.
"Mag ik nog binnenkomen, of laat je me op de stoep staan?" vraagt Pim, die zich het eerst van de schok heeft
hersteld, met een glimlach rond zijn mond.
"Neem me niet kwalijk, kom binnen," zegt Jojanneke snel, zich bewust van het feit dat haar starende blikken
Pim niet zijn ontgaan. "Ik dacht dat je pas vanavond zou komen," zegt ze verontschuldigend. Ze gaat opzij
en laat hem binnen.
Terug...
Even later komt Jojanneke met een emmer naar buiten. "Zullen we maar beginnen met plukken?"
"Ja, ik ga met je mee," antwoordt Carla. Ze staat op en loopt achter Jojanneke aan naar de bessenstruiken.
Ze komen langs Max en de meisjes. Monique en Annemieke zijn in het tentje gekropen. Ze moeten de
tentstokken van het binnententje door de gaten in de nok naar buiten steken. Max zit voor de ingang en
geeft aanwijzingen. Als Jojanneke en Carla eraan komen lopen vraagt hij: "Wat gaan jullie met die emmer doen?"
"Rode bessen plukken," antwoordt Jojanneke.
"Aha lekker! Kunnen we maandag meteen jam voor onszelf meenemen." Max draait zich een kwartslag om, zodat
hij Carla ook kan zien; die is achter hem blijven staan. "Ik ben namelijk dol op onze eigen jam," legt
hij haar uit. Even laat hij zijn ogen over haar figuur gaan. Hij vindt dat de jurk die ze aanheeft haar
heel goed staat. Zo zonnig, precies zoals ze is! Zijn oog valt op het kunstbeen dat onder de jurk uitkomt.
Hij kijkt er even naar. Vanaf haar knie is haar been geamputeerd. Hij had er helemaal niet meer aan
gedacht. Hij kijkt op, recht in Carla's ogen. Haar wangen kleuren langzaam rood en ze knippert een
beetje met haar linkeroog.
"Gelukkig dat er tegenwoordig zulke goede prothesen zijn," zegt hij heel gewoon. "Kun je je hier
volledig mee redden?" Carla knikt. "Ja, ik kan er letterlijk goed mee uit de voeten. Er zijn maar weinig
dingen die ik niet kan."
"Pak de stok eens vast, Max!" roept Annemieke. "Hij steekt er al door, dan kan ik weer naar buiten
kruipen." Max gaat staan en pakt de tentstok.
"Kom we gaan plukken," zegt Jojanneke, en ze loopt naar de bessenstruiken. Carla loopt achter haar aan
en in het voorbijgaan kijkt ze heel even naar Max. Hij glimlacht en knipoogt naar haar. Zijn gezicht
staat zacht. De spottende, plagende blik is uit zijn ogen verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor een warme
blik. Een beetje onzeker lacht ze terug. Ze wijst naar Jojanneke en zegt: "Er is werk aan de winkel,
de plicht roept!"
"Ondertussen niet alles stiekem opeten, hè? Zoals ik al zei: ik ben dol op die jam en wil graag een
flinke voorraad potten meenemen."
"Volgens mij word jij straalverwend," plaagt Carla, die zich langzaam weer herstelt.
"Je moet niet overdrijven, dat valt heus wel mee."
Carla loopt glimlachend achter Jojanneke aan. Max kijkt haar na. Als hij niet beter wist, zou hij niet
eens merken dat ze een kunstbeen heeft, zo normaal loopt ze. Het valt helemaal niet op!
"Als je eindelijk uitgekeken bent, wil je dan zo vriendelijk zijn ons te vertellen wat we nu moeten doen?"
onderbreekt de stem van Annemieke Max' gedachten. Ze staat hem grijnzend aan te kijken. "Zowaar een beetje
onder de indruk?" vraagt ze plagend.
Terug...
|