Over Gerda                      Boeken:    4-8          8-12          12+          Groot letter

Over Gerda


Graag wil ik iets over mezelf vertellen. Dit doe ik in een interviewstijl dat hieronder staat, dus lees gauw verder.



Wanneer en waar bent u geboren?
Ik ben geboren op 20 november 1955 in De Krim, dat is een dorp in de provincie Overijssel. Mijn vader was huisarts en mijn moeder apothekersassistente. Ik ben het vierde kind, van acht. Ik heb drie broers en vier zussen.

Acht kinderen! Is dat leuk, zo'n groot gezin?
Ja hoor! Ik heb het wel gezellig gevonden. Er gebeurde altijd wel wat, dan met de een, dan met de ander.

Was het ook wel eens niet leuk?
Natuurlijk! We maakten geregeld ruzie met elkaar en we hadden natuurlijk geen eigen slaapkamer. Ik kan me bijvoorbeeld nog heel goed herinneren dat we met zeven personen en een caravan op vakantie naar Itali gingen met de auto, een gewone personenauto. Dat deden we jaren achtereen. Twee dagen rijden en op de derde dag kwamen we dan op de plaats van bestemming aan. Drie personen zaten voorin de auto (dat mocht toen nog). Het zusje onder mij zat toen tussen mijn vader en moeder in, omdat zij de kleinste was. Ik was natuurlijk heel jaloers, want dt leek mij het leukste plekje! De andere vier personen moesten achterin. Dat was natuurlijk behoorlijk krap. Als we op den duur teveel last van elkaar hadden en vervelend tegen elkaar gingen doen, losten mijn ouders dat als volgt op: een van de vier moest op de bodem van de auto liggen, tussen de voorste stoelen en de achterbank in. De andere kinderen konden hun benen niet kwijt en die moesten ze tegen de rugleuning van de voorste stoelen zetten. Bij elke pauze werd er dan gewisseld!

Naar welke scholen bent u geweest?
Na de lagere school in ons dorp ben ik naar de Christelijke Scholengemeenschap in Emmen gegaan. Daar heb ik mijn vwo-diploma gehaald.

Vond u school leuk?
Als ik terugdenk aan de lagere school, dan heb ik daar goede herinneringen aan. Leren vond ik toen niet vervelend. Ik kan me nog heel goed herinneren dat ik leerde lezen. Dat gebeurde trouwens niet op school, maar thuis. Mijn vader leerde mij lezen. Ik weet nu nog hoe spannend het was om van letters woorden te vormen... Zo opeens werden al die woorden een een verhaal. Dat was erg leuk. De middelbare school heb ik minder leuk gevonden omdat je altijd zoveel huiswerk had. Het leuke van die tijd was dan weer het contact met klasgenoten, de vrienden en vriendinnen

En wat deed u daarna?
Daarna ben ik psychologie gaan studeren in Groningen.

Vond u dat leuk?
Ja, dat was heel interessant. De meeste onderdelen spraken mij wel aan. Natuurlijk had je ook vakken als statistiek, wetenschapsleer en methodologie, waar ik niet veel aan vond. Maar dat heb je bij alle opleidingen.

Bent u daarna als psycholoog gaan werken?
Nee, ik heb wel een jaar of vijf jaar gestudeerd, maar ik heb mijn studie niet afgemaakt want die duurde in totaal zes jaar. Tijdens mijn studie heb ik mijn man leren kennen. Hij was eerder afgestudeerd dan ik en toen hij een baan kreeg, zijn we getrouwd en later naar het midden van het land verhuisd. Toen onze oudste zoon op komst was, ben ik maar met de studie gestopt. Ik vond de studie heel leuk, maar het werk als psycholoog leek mij niets, omdat er vaak veel vergaderd en overlegd moet worden.

Dus u werd moeder?
Ja. Mijn man en ik hebben vijf kinderen. Drie jongens en twee meisjes en daar had ik het druk genoeg mee, hoewel ik dat een fijne tijd gevonden heb. Natuurlijk deed ik er ook wel dingen naast. Ik vond het leuk om te naaien en te breien voor de kinderen, ik werkte mee aan de Vakantie Bijbel School in de plaats waar ik woonde. Weer later leerde ik mezelf Roemeens.

Wanneer bent u begonnen met schrijven?
Even denken, dat was toen al onze kinderen de hele dag naar school gingen, ik denk in 1994 of in 1995.

Hoe kwam dat? Gebeurde dat zomaar? Opeens wist u dat u wilde schrijven?
Nee, dat ging geleidelijk. Ik had een grote teleurstelling gehad en ik probeerde afleiding te zoeken. Mijn man probeerde mij aan het schrijven te krijgen. Volgens hem kon ik dat best. Toen hij dat tegen mij zei, herinnerde ik mij, dat mijn schoonmoeder hetzelfde ook al eens gezegd had een paar jaar eerder. Vanaf ons vakantieplekje in Zuid-Frankrijk had ik haar een brief geschreven en later zei ze tegen me: "Je schrijft zo gezellig! En het is net of ik er bij ben. Je kunt wel een boek schrijven!" Dus dacht ik dat ik het in ieder geval eens kon proberen. Ik dacht toen aan een boek als de Kameleon. Maar dat lukte niet. Mijn dochter van twaalf had op dat moment een christelijk boek mee naar huis van de schoolbieb. Ik las dat en ik vond het vreselijk zielig! Toen dacht ik bij mezelf, ze kunnen toch ook wel een vrlijk christelijk boek schrijven! Op dat moment besloot ik: dt ga ik zelf dan maar eens proberen. Meteen wist ik ook dat ik wilde schrijven over een groot gezin. Dat heeft zo zijn eigen charme, vind ik. Bovendien zijn er nog steeds veel grote gezinnen en die kom je niet vaak tegen in boeken.

Wat werd uw eerste boek?
Dat was 'De Duiventil'. Het gaat over een groot doktersgezin. Er zijn acht kinderen en de familie gaat verhuizen naar een andere plaats in een heel andere buurt van Nederland.

Een groot doktersgezin? Met acht kinderen? Is dat het gezin waarin u zelf bent opgegroeid?
Nee, dat is niet zo, hoewel er inderdaad overeenkomsten zijn. Bij ons thuis waren acht kinderen en mijn vader was huisarts en dat is ook zo bij de familie Van Til. Toch schrijf ik niet over vroeger. Kijk, ik had zelf dus een vader die zijn werk 'thuis' had. Hij kon na het spreekuur koffie met mijn moeder drinken, hij zat bij het middageten ook aan tafel en was overdag gewoon vaak in huis. Omdat ik toen voor het eerst schreef, wilde ik een gezin hebben waar dat ook zo was. Dus bedacht ik een doktersgezin met acht kinderen.

U schrijft christelijke boeken?
Ja

Waarom eigenlijk?
Daar heb ik twee redenen voor. In de eerste plaats denk ik dat ik kan schrijven, omdat God mij dat talent heeft gegeven. Dat talent kan ik voor mijzelf gebruiken, maar ik kan er ook mee aan de slag gaan voor Hem. Ik heb het natuurlijk niet 'zomaar' gekregen. Ik wil het gebruiken tot Zijn eer, zoals we dat dan zeggen. Ik wil in mijn boeken wijzen op Jezus omdat Hij de nige Persoon is door Wie wij tot de Vader kunnen komen, door Wie wij vergeving van onze zonden kunnen krijgen en door Wie wij eeuwig leven kunnen ontvangen. De tweede reden dat ik christelijke boeken wil schrijven is de volgende: jongelui die christelijk opgevoed zijn, maken veel dingen mee waarmee ze het moeilijk hebben. Ik probeer in mijn boeken dergelijke moeilijke situaties te beschrijven. Mijn hoofdpersonen maken ook moeilijke dingen mee en ze worstelen en bidden voor hun problemen. Ik hoop dat de lezers zichzelf daarin herkennen en dan gaan nadenken. Bijvoorbeeld: hoe lost de hoofdpersoon de moeilijkheid op. Zou ik het ook zo doen? Of zou ik het anders aanpakken? Kan ik ook bidden voor mjn probleem? Ik probeer gewoon het alledaagse christelijke leven te beschrijven, met z'n ups en z'n downs.

Maar schrijft dus net 'zielig'?
Ik houd van humor en ik vind dan ook dat er veel te lachen moet zijn in mijn boeken. Maar mijn boeken moeten een afspiegeling van het echte leven zijn, dus er zijn ook trieste, verdrietige dingen. Dat kan niet anders. Dus ik schrijf af en toe toch 'zielig'.

De Duiventil is een serie geworden?
Inderdaad. Na het eerste deel heb ik er al snel een deel achteraan geschreven. Het duurde erg lang voor deel 1 uitgegeven werd; zlang, dat ik besloot nog een deel tussen het eerste en het volgende deel in te schrijven. Dat werd 'De Duiventil in rep en roer'. Toen deze drie delen uitgegeven waren, kreeg ik steeds meer reacties van de lezers. Iedereen was nieuwsgierig naar het vervolg. En wat zou er gebeuren met de andere kinderen? Daarom ben ik verder gaan schrijven. Dat werd deel vier: 'Spanning in de Duiventil'.

Bent u van plan om nu met de Duiventilserie te stoppen?
Nee, nog niet. Na het verschijnen van het vierde deel, kreeg ik weer veel positieve reacties. Veel lezers vroegen mij, of ik door wilde gaan met het schrijven over dit gezin. Ik vind het prima en zelf ook leuk om te doen, dus... ik stop er nog niet mee. Dat doe ik pas als mijn fantasie uitgeput is, of als ik er zelf genoeg van heb.

U hebt ook nog "Babs!" en "Babs' keuze" geschreven. Dat zijn twee boeken waarin Babs, de jongste van vier zussen, de hoofdpersoon is. Gaat u daar ook mee verder?
Het derde deel is het laatste deel. Het was eerst helemaal niet mijn bedoeling om na het eerste deel verder te schrijven, maar ik kreeg ook over dit boek veel reacties. Vaak stelden de afzenders dezelfde vraag: hoe loopt het af met Babs (en haar zussen)? Daarom heb ik toch maar een deel twee en drie geschreven.

Wat vinden de lezers van uw boeken?
Ik krijg veel e-mails van lezers, maar van hen hoor ik alleen maar positieve geluiden. De meesten zeggen het boek in n adem uit te lezen. Verder hoor ik ook vaak dat lezers het gevoel hebben dat ze 'erbij' horen. Net alsof ze zelf lid van de familie zijn. Ook hoor ik dat ze mijn boeken telkens opnieuw lezen; eentje zelfs al voor de tiende keer! En verder... hoor ik geregeld dat ze met spanning wachten op een volgend boek van mij en dat ik vooral door moet gaan met schrijven!

Vindt u het leuk om e-mails van lezers te krijgen?
Ja hoor, al wordt het tegenwoordig soms ook wel eens te veel. Als je iedereen terug wilt mailen, en dat wil ik eigenlijk wel, dan ben je daar al gauw heel wat tijd mee bezig. Maar aan de andere kant hoor je zo ook, wat de lezers van je boeken vinden en dat stimuleert me weer enorm om door te gaan. Het is bijvoorbeeld heel bemoedigend om te horen dat ze met spanning zitten te wachten op het volgende deel.

U schrijft het hele jaar door?
Nee, ik heb een grote tuin met k nog een flinke moestuin erbij en daar wil ik beslist tijd voor hebben. Dat is een hobby van mij, tuinieren. Dus ik begin in de herfst te schrijven en ik moet mijn boek, of boeken, voor 1 maart afhebben, zodat ik weer volop in de moestuin aan de gang kan in het voorjaar. Deze indeling bevalt me prima en het werkt ook goed. Tegen de tijd dat het buitenseizoen voorbij is, dan krijg ik echt de kriebels, schrijfkriebels bedoel ik en dan neem ik dolgelukkig weer plaats achter mijn laptop. In het voorjaar is het net andersom, dan vind ik het heerlijk om na een lange winter van schrijverij, mijn laptop aan de kant te schuiven en dagenlang naar buiten te gaan.

Hebt u nog meer hobby's?
Die had ik wel. Ik mocht ook graag lezen, borduren en Roemeens leren, maar ik heb het de laatste tijd z druk gehad door de verhuizing en verbouwing, dat ik nergens meer aan toe kom. Ik moet nog steeds behangen en schilderen en meer van dat soort dingen, maar lezen doe ik af en toe nog steeds.

Wanneer schrijft u?
Gewoon overdag. Ik maak 's morgens eerst een rondje door het huis, om het huishouden te doen, en dan ga ik zo snel mogelijk schrijven. Dat doe ik tot ik het avondeten klaar ga maken, dat kan, omdat al onze kinderen, op n na, uit huis zijn. Natuurlijk hang ik ondertussen ook de was op, of loop ik tussen de middag een rondje met de honden. 's Avonds strijk ik de kleren, vouw ik het wasgoed op en dat soort dingen, want als ik schrijf moet het stil om mij heen zijn. Dus schrijf ik, als iedereen weg is en werk ik (een beetje), als ze thuis zijn. Af en toe schrijf ik niet en geef ik het huis weer een beurt, want tja... dat met echt, ook al houd ik daar helemaal niet van! Je moet toch ook nog door de ramen naar buiten kunnen kijken nietwaar? Het is jammer dat ik niet in een tijd van dienstbodes leef! Dat zou me heel goed uitkomen. Heel af en toe schrijf ik 's nachts.

Vindt u schrijven leuk?
Heel leuk! Het heeft iets aparts. Je bedenkt een gezin of een aantal personen, en door over ze te schrijven komen ze tot leven, worden ze 'echt'. Het is ook een beetje vreemd. Ik bepaal wat er gaat gebeuren, want ik ben degene die schrijft. Bijvoorbeeld, er wordt iemand ernstig ziek. Laat ik die persoon in mijn boek beter worden, of sterven? Je wilt niet dat iemand sterft, maar toch moet je dat soms schrijven, omdat dat in het 'echte' leven ook gebeurt. Je wilt geen nare dingen bedenken, maar zo is het leven wel. Soms heb ik allerlei dingen bedacht, maar dan zegt het verhaal: nee, dat gaat niet door, het moet anders. Er moet iets tussenkomen, iets gebeuren, waardoor alles anders gaat lopen dan de hoofdpersoon verwacht. Het verhaal zelf kan natuurlijk niet echt praten, maar op deze manier gaat het toch wel. Dat is grappig, want zo weet ik zelf ook niet altijd van tevoren wat er precies gaat gebeuren. Ook ik ben geregeld verrast. Maar de hoofdlijnen van het verhaal liggen natuurlijk wel vast. Mijn hoofdpersoon zegt ook wel eens, bijvoorbeeld, iets doms. Dan denk ik als schrijver: zeg dat nou niet, suffie! Natuurlijk kan ik, wat hij of zij zei, 'deleten' en typen wat ik wilde dat er eigenlijk gezegd zou moeten worden. Maar het is beter om de persoon, als die voor zijn beurt praat, gewoon zijn gang te laten gaan. Daar wordt het verhaal altijd leuker van!

Is een boek schrijven moeilijk?
Ja en nee. Het moeilijkste vind ik het werk dat ik vooraf doe, ik bedoel het denkwerk vr ik ga schrijven. Want dan bepaal je in grote lijnen waar het boek over zal gaan. Dat moet een thema zijn wat de lezers aan zal spreken. Hoe werk je dat thema uit, daarmee bedoel ik: wat laat je gebeuren om dat thema naar voren te laten komen. Wat gebeurt er nog meer, want je moet meer verhaallijnen hebben, vind ik, die laat je afwisselend aan bod komen. Ik vind dat het schrijven lijkt op het invlechten van haar. De bos haar staat dan voor alle dingen die gebeuren. Je pakt een plukje haar en nog een plukje en nog een plukje en dat vlecht je. Dan pak je telkens een nieuw plukje bij het oude plukje en dat vlecht je ook mee. De verhaaldelen duiken telkens op, net zoals je de plukken haar kunt volgen in de vlecht. Hij gaat van links naar rechts en er onderdoor en dan weer er overheen en zo is het met je verhaalonderdelen ook. Aan het einde van het boek moeten alle lijnen bij elkaar komen en moet het af zijn.

Het schrijven zelf vind ik niet moeilijk, dat gaat bijna vanzelf. Wat ik wel moeilijk vind, is al die 'verhaallijnen' vasthouden en door elkaar draaien tot het einde. Net als met het vlechten: je moet de zaak goed vasthouden, maar toch losjes genoeg om er telkens een nieuw stukje bij te kunnen pakken. Je wilt toch een mooie, goeduitziende vlecht. Af en toe heb ik tijdens het schrijven een moeilijk moment. Dan weet ik niet meer hoe ik verder moet. Dan voel ik me geblokkeerd en zit gewoon urenlang te 'niksen' achter mijn laptop. Dan kijk ik, en denk ik, en zucht ik..., en dan komt er niets, hlemaal nets naar boven! Dat zijn de ergste momenten van het schrijven van een boek!

Hoe bedenkt u uw verhalen?Hoe komt u aan de ideen?
Tja, dat weet ik zelf niet eens precies. Soms lees je iets in de krant en dat blijft dan in je hoofd 'hangen', soms hoor je van je kinderen dat ze iets hebben meegemaakt, soms zie je iets gebeuren. Bijvoorbeeld: ik doe boodschappen in een winkel, dan zie ik daar een jongen naar een meisje kijken met zo'n speciale ik-vind-je-leuk-blik. Het meisje kijkt terug en begint te giechelen of chagrijnig te kijken, of te blozen, dat maakt niet zo heel veel uit, maar dan begint bij mij soms zomaar een verhaal in mijn hoofd. Ik weet echt niet waar dat vandaan komt. Het begint gewoon.
Dat heb ik ook heel sterk als ik naar huizen kijk. Dan denk ik bij mezelf: wie zouden hier wonen achter deze ramen en deuren? Welke conflicten, problemen, verlangens hebben de bewoners van dit pand? Ik vind dat de voorgevels van de huizen me altijd heel veel te vertellen hebben. Ik bedoel hiermee niet te zeggen, dat wat ik denk over die bewoners ook echt zo zal zijn, waarschijnlijk zit ik er dik naast. Maar dat geeft niet, huizen inspireren me. Kijk zelf maar eens rond, er zijn sympathieke huizen, stugge en stijve, gesloten huizen, maar ook open, gezellige, warme huizen. Soms kijk ik naar ramen en dan 'hoor' ik iemand iets zeggen, niet in het echt, en dan bedenk ik daar van alles bij en dat kan zomaar het begin zijn van een verhaal dat ik later ga schrijven. Datzelfde heb ik ook met beukenhagen of haagbeuken. Als ik daar naar kijk en de blaadjes zie bewegen in de wind, dan is het net of ik ze hoor fluisteren. Ik ben dan altijd nieuwsgierig wat ze elkaar zo druk te vertellen hebben en dan komt mijn fantasie op gang. Maak je niet ongerust, ik ben echt niet gestoord! Annie M.G. Schmidt had dat trouwens ook. Ik heb haar eens horen zeggen dat ze ergens in de tuin zat en naar een groepje struiken keek. Ze dacht toen: ik moet even mijn hoofd ertussen steken om te horen welke verhalen daar ritselen! Dat herken ik! De verhalen lijken er al te zijn. Je hoeft alleen maar te 'luisteren' en ze daarna op te schrijven.

Toen we anderhalf jaar geleden verhuisden naar deze plek, heb ik bijna meteen een lange beukenhaag bij mijn moestuin geplant. Zo ben ik in de toekomst verzekerd van het 'geheimzinnige gefluister' van de blaadjes en ik ben er van overtuigd dat ik nog heel wat interessante zaken zal 'horen', die ik weer aan de lezers kan doorgeven.

U schrijft niet alleen voor tieners maar ook voor kinderen van de basisschool?
Dat klopt. Een huis voor Tessa en Wieseloes en de brief in de fles zijn voor kinderen van 8 tot 12 jaar en ik heb ook voor ng jongere kinderen geschreven. Dat zijn Tom krijgt een vriend, Een vreemde verjaardag en De Julianaschool komt in actie.

Maakt het nog uit voor welke leeftijd u schrijft? Ik bedoel, vindt u het leuker om voor een bepaalde leeftijdsgroep te schrijven, of is het n gemakkelijker dan het ander?
Het maakt mij eigenlijk niet zoveel uit voor welke leeftijd ik schrijf, met n uitzondering. Ik vind schrijven voor kinderen, die net kunnen lezen, wl moeilijker. Het moeilijke zit hem in de eenvoud. Je moet korte zinnen maken en woorden met weinig lettergrepen gebruiken. Dat maakt het moeilijk en het kost me aardig wat denkwerk; ook omdat ik niet telkens de zelfde woorden wil gebruiken.

Waar schrijft u het liefst?
Ik schrijf de laatste tijd in de huiskamer. Ik woon midden in een schitterend natuurgebied en als ik door de ramen naar buiten kijk, zie ik, behalve onze eigen tuin, ook bos, heide en een strook weiland waar koeien en schapen, en in het voorjaar ook lammetjes, lopen. Mijn buurman aan de andere kant heeft geiten, kippen en pony's, met elk voorjaar jong spul erbij. Een mooier uitzicht kan ik me niet wensen. Als in de herfst en winter onze houtkachel dan ook nog de hele dag brandt, dan moet het schrijven gewoon wel goed gaan!

 Uitgeverij Mes en uitgeverij Het Zuiden 2006 Gerda Ronhaar. Zie siteinfo en Copyright